|
Caspar
Cillekens
MAASTRICHT - Mythes hebben een doel. Ze ontstaan niet zomaar.
Neem nu, zo zegt Pierre Ubachs, de mythen die verwijzen naar de
tweeherigheid van de stad, naar het gezamenlijke Luikse en Brabantse
bestuur. Zoals die over de twee trappen van het stadhuis en Dinghuis
en de twee deuren van de Hoofdwacht. Achter al die verwijzingen
naar het dubbele bestuur gaat eigenlijk afkeer van de 'Hollanders'
schuil.
De Grameer is de grootste klok van Nederland, de twee trappen
van het stadhuis verwijzen naar de tweeherigheid en Servatius
was een allochtoon. Sommige mythes hebben een hardnekkig leven
in Maastricht. Niet voor niets komen historici en schrijvers als
Thewissen en Jaspar juist in de jaren twintig en dertig van de
vorige eeuw met allerlei mythes op de proppen. Het is de periode
waarin de afkeer van 'Hollenders' - mede door de toestroom van
hoger kader naar de mijnen - de voedingsbodem legt waarin mythes
goed kunnen gedijen.
In
hun boekje Maastrichtse mythen* publiceren de historici Ubachs
en Ingrid Evers zo'n 68 mythen. Variërend van Maastricht,
de allereerste stad van Nederland (is niet zo, Nijmegen kreeg
begin 2e eeuw na Christus al stadsrechten) tot Servatius was een
allochtoon (hij kwam niet uit Armenië, maar stamde waarschijnlijk
af van 'boertige' adel van buiten Maastricht), van de Franse vestingsdeskundige
Vauban die fort Sint-Pieter ontworpen heeft (het was een ontwerp
van de Hollandse ingenieur baron van Dopff, de latere gouverneur
van Maastricht) tot de Franse priester Santol die arme kinderen
uit de Belgische Kempen vanuit een huis aan de Boschstraat via
een ondergrondse tunnel naar de fabrieken van Regout stuurde omdat
Maastricht dat niet mocht weten (half waar: kinderarbeid bestond,
de tunnel was er ook maar voor de rest is het een broodje-aapverhaal,
door de socialistische krant Het Volk begin vorige eeuw de wereld
ingestuurd).
De
aanleiding voor het boekje vormt het vijftigjarig bestaan van
de kring Maastricht van het Limburgs Geschied-en Oudkundig Genootschap
(700 leden). Ubachs en Evers hadden begin jaren negentig al eens
een lezing gegeven over Maastrichtse mythen. Van de 108 mythen
die ze toen de revue lieten passeren, hebben ze er voor dit boekje
68 geselecteerd.
Mythen
zijn niet alleen van oude tijden. Neem nu deze krant die, zich
baserend op een mythe, begin jaren negentig meldde dat de Grameer
de grootste klok van heel Nederland is. Een lezer wees de krant
erop dat de Grameer pas op plaats vier kwam.
Een
andere mythe over dezelfde Grameer luidt dat de historicus Thewissen
de klok tijdens de Duitse bezetting gered had voor omsmelting
tot wapentuig. Thewissen diste Duitse journalisten het verhaal
op dat er een verband bestond tussen de klok en Karel de Grote,
de stichter van het eerste Groot-Duitse Rijk dat vooraf ging aan
het Duizendjarig Rijk van Adolf Hitler. De Duitsers zouden na
het pleidooi van Thewissen prompt gepleit hebben voor behoud van
de klok. De werkelijkheid was een stuk trivialer: de klok, die
op de Monumentenlijst stond, was gewoon moeilijk uit de toren
van de Sint-Servaas te halen.
Mythes,
broodje-aap-achtige verhalen over Maastricht. Ze zijn echt niet
uit te roeien, zeggen Ubachs en Evers. Ga maar eens met een willekeurige
(VVV-)gids mee. Je weet niet wat je te horen krijgt. Zoals het
verhaal over de voormalige jezuïetenkerk die door de Fransen
eind 18e eeuw omgevormd werd tot stadsschouwburg. De kerk had
al voor de komst van de Fransen een andere bestemming gekregen.
Mythen
op zich, zo schrijven de auteurs in hun voorwoord, zijn niet verwerpelijk,
maar ben je er wel van bewust dat de Maastrichtse geschiedenis
vol zit met dit soort valkuilen.
I.
Evers, P. Ubachs, Maastrichtse mythen. Prijs 9,50 euro. Het boek
is vanaf morgen verkrijgbaar in de boekhandel.
Bron: De Limburger, vrijdag 21 november 2003
|