|
Een
naam heeft het stadsboemeltje al: Sjeng. Waarom ook niet? In Antwerpen
noemde men het treintje de Seigneur. Na twaalf jaar trouwe dienst
in de Belgische havenstad gaat het toeristenboemeltje voor het
eerst in Maastricht de straat op. Geen agent die het voertuig
van de weg kan halen deze keer.
Het
Vrijthof, ruim voor twee uur. Het treintje trekt al veel bekijks.
De eerste buitenlanders kopen een kaartje voor een ritje door
de stad. Vijf euro per persoon. Kinderen tot twaalf jaar mogen
voor drie euro mee. De twee medewerkers van de stichting Toeristisch
Vervoer Maastricht,Yvonne Penders en Claude Bulgarelli, zijn blij
dat ze de toeristen eindelijk eens in een fatsoenlijk vervoermiddel
kunnen rondrijden. ,,De tuk-tuk was leuk om te zien, maar het
was toch behelpen. Met dit treintje kunnen we zo'n veertig mensen
vervoeren. Als het koud is zitten ze ook nog lekker warm'', vertelt
de Maastrichtse. Samen met Claude leidt ze al zo'n zeven jaar
toeristen rond. Ze geven ook uitleg over de bezienswaardigheden.
Met lezen, lezen en nog eens lezen houden de twee hun kennis over
de stad bij.
Het
in België gemaakte toeristentreintje ziet er uit als een
klassieke paardentram uit het begin van de vorige eeuw. Alleen
zijn er geen paarden die het treintje trekken. 'Onze Sjeng' rijdt
op diesel. Een glazen dak is ver te zoeken. Alle drie de wagons
van het treinje hebben gewoon een houten dak. ,,Volgend jaar worden
ze voorzien van glazen daken'', belooft de Belgische eigenaar
Marc Volkaers.
Gerard
van Rens van de stichting Toeristisch Vervoer Maastricht is natuurlijk
ook van de partij bij de start van het toeristentreintje. Natuurlijk
vindt hij het jammer dat er nog geen glazen dak in de wagons zitten.
,,Maar je kunt ook niet alles direct perfect hebben. Ik ben al
blij dat de regelgeving is aangepast, zodat we eindelijk kunnen
rijden. Ik hoop dat we een goede samenwerking krijgen met de VVV,
zodat hier in Maastricht op den duur twee toeristentreintjes kunnen
lopen. In de toekomst moet dit project werk bieden aan zes personen''.
Om
even na twee uur zet Yvonne Penders rit 1 in beweging. Na tien
meter staat het boemeltje al stil. Een medewerker van de stichting
moet uitstappen om de verzinkbare palen aan de terrassenkant van
het Vrijthof met hulp van een kaart naar beneden te krijgen. Dat
lukt pas na enkele pogingen. ,,Ach'', verzucht Penders, ,,zaterdag
bij het proefrijden hebben we voor nog meer obstakels gestaan.
Auto's die in nauwe straatjes zó geparkeerd stonden dat
je er nauwelijks langs kwam. En aan Het Bat hadden we geen sleutels
om de paaltjes weg te halen die daar midden in de weg staan.''
Terug
naar de eerste rit zondagmiddag. Het boemeltje buigt af langs
het Spaans Gouvernement, rijdt al hobbelend tussen de St. Jan
en de St. Servaas door richting Jekerkwartier. Het is afzien op
de kasseien in dit stadsdeel. Het lijkt wel de Hel van het Noorden.
Gelukkig is er bij de Helpoort even een kleine pauze. Hier kan
gefotografeerd worden.
Een
77-jarige vrouw uit een klein plaatsje in de buurt van Keulen
vindt de hobbelige tocht helemaal niet zo erg. ,,Ik ben al blij
dat ik dit niet te voet hoef te doen. Dit is toch jemuutliech'',
lacht ze tegen een vrouw die tegenover haar zit en die, jawel,
uit Düsseldorf komt. Keulen en Düsseldorf, kan dat wel
samen? ,,Natuurlijk, alleen in de carnavalstijd zijn er wel eens
stekeligheden over en weer. Maar daarbuiten zijn wij goede buren
hoor'', verzekert de Düsseldorfse.
Het
toeristentreintje vertrekt elke dag tegenover het Theater aan
het Vrijthof om 11.00, 12.00, 13.30, 14.30, 15.30 en 16.30 uur.
Bron:
Dagblad De Limburger dinsdag 13 aprèl 2004
|