|
Vikkie
Bartholomeus
MAASTRICHT - Boe geis diech nao touw, o Panoramix euzen
druïde. Die zien gek, die Romeine! Nee, het zijn niet de
woorden van Asterix en Obelix, maar van de Mestreechse Galliër
Jo Caris. Zijn vertaling voor de strip 't Titelgevech is slechts
een greep uit zijn zeer diverse oeuvre als dialectschrijver. Van
kookboek tot carnavalsroman, van poëziebundel tot Maastrichtse
mis.
De Fons Olterdissenprijs gaat dit jaar naar Jo Caris. Een veelzijdig
schrijver in de Limburgse taal en met name in het
Maastrichtse dialect. Volgende week krijgt Jo Caris (75) voor
zijn verdiensten voor de Limburgse en vooral de Maastrichtse taal
en literatuur de Fons Olterdissenprijs. Een initiatief van de
Stichting Fons Olterdissen, die de schrijver van het Maastrichts
volkslied in ere wil houden. Caris is gelukkig met de prijs. De
cirkel is rond. Als jochie van een jaar of tien raakte Caris gefascineerd
van de werken van Olterdissen. Zijn liefde voor het dialect ontsprong
door het lezen van Mestreechter vertelsels. En nu krijgt hij een
prijs vernoemd naar de man die hem inspireerde. ,,Fijn dat ik
er aan mee kan werken de gedachte aan Olterdissen levendig te
houden.''
Vijfentwintig
jaar geleden startte hij met zijn schrijverscarrière. Hij
zag de vut langzaamaan op zich afkomen, wilde zijn dagen niet
duimendraaiend in zijn zetel doorbrengen. Maar het bestaan als
dialectauteur bleek nog niet zo gemakkelijk. ,,Ik heb me verkruus
aan het Maastrichts'', vloekt hij glimlachend. ,,De een schreef
het zus, de ander zo, maar wat is nou de correcte spelling en
de juiste grammatica?'' Nu is er meer duidelijkheid. De Veldeke-organisatie
heeft richtlijnen vastgesteld; er zijn boeken, publicaties, wetenschappelijke
studies. ,,Er is veel meer houvast. Maar ik begin steeds meer
te twijfelen.'' Een voorbeeld: de j achter ij en ui is volgens
de nieuwste regels verboden. Dus: lui in plaats van luij. Terwijl
die j door Maastrichtenaren heel nadrukkelijk wordt uitgesproken.
,,Ik ben geen Neerlandicus of dialectoloog. Maar ik ben bang dat
ze dingen weggepoetst hebben. Ach, je blijft altijd vreigele over
het dialect. Het is altijd discutabel.''
Inmiddels
is hij vele boeken verder en een autoriteit geworden op dialectgebied.
De typemachine is vervangen door de computer. Ook het Maastrichts
is veranderd. ,,Dat kun je niet tegenhouden, een taal leeft nou
eenmaal. Wie heeft nog een kengkee in de huiskamer staan?'' Hij
is dan ook geen rechtlijnige taalpurist, geen principieel voorvechter
van het 'oud-Maastrichts'. Maar het verlies van bepaalde grammaticaregels
vindt hij toch jammer. Het bekende voorbeeld: daog wordt verbasterd
tot däög. ,,Laatst hoorde ik een cassière bij
de Hema mäönd zeggen. Straks wensen we elkaar nog zäölige
päösdäög. ''
Jo
Caris heeft Uitgeverij Pieter opgericht. Werken die hij niet aan
de man kan brengen, geeft hij zelf uit. Hij laat ze in bescheiden
oplage drukken of maakt computerprints; zijn vrouw heeft een cursus
boekbinden gevolgd. Al zijn boeken worden geregistreerd bij de
Koninklijke Bibliotheek. En ook al is er maar één
exemplaar: ze hebben allemaal een isbn-nummer. ,,Op die manier
kun je werkjes, kleine dingen die toch waardevol zijn, laten registreren.''
De uitgeverij ontvangt zelfs rechten voor boeken die door de bibliotheek
zijn uitgeleend. ,,Over vorig jaar kreeg ik zes cent, waarvan
een cent belasting!'' Er ligt alweer een manuscript klaar, een
bundel over oude späölselkes; van eike stampe tot metske
steke. Jo Caris blijft schrijven. Want het Maastrichts moet blijven
leven.
De
Fons Olterdissenprijs wordt uitgereikt op 23 februari, een dag
voor de tachtigste sterfdag van Olterdissen.
Bron:
De Limburger, donderdag 13 februari 2003
|